Dyslexie het gevolg van slecht onderwijs?

Op basis van een onderzoek van hoogleraar Anna Bosman van de Radboud Universiteit in Nijmegen zijn er berichten in de media verschenen, waarin wordt gesteld dat dyslexie het gevolg zou zijn van slecht onderwijs. Het beeld dat hiermee wordt geschetst is ongenuanceerd.

Wetenschappelijk onderzoek heeft namelijk aangetoond dat dyslexie een neurologische aandoening is, die niet overgaat door meer te lezen en te spellen. Extra oefening is voor kinderen met ernstige, enkelvoudige dyslexie (EED), de kinderen die bij ons in zorg zijn, onvoldoende. Het gaat hierbij om 3-5% van alle leerlingen. Voor deze kinderen is intensieve behandeling noodzakelijk.

Voordat wij starten met een onderzoek naar EED moet aan een aantal belangrijke criteria zijn voldaan. Deze criteria hebben niet alleen betrekking op de resultaten van de leerling. We beoordelen ook de extra begeleiding die een leerling naast de reguliere begeleiding in klas heeft ontvangen. Hiermee wordt de hardnekkigheid van de lees- en/of spellingproblemen aangetoond. Een leerling moet gedurende minimaal twee periodes van 10-12 weken gerichte begeleiding voor lezen en/of spelling hebben ontvangen. Pas als blijkt dat geen of onvoldoende vooruitgang is geboekt, wordt gestart met onderzoek. De stellingname dat deze kinderen onvoldoende geoefend hebben, is dus niet correct.

Het is belangrijk een onderscheid te maken tussen kinderen die moeite hebben met lezen en/of spellen en kinderen met dyslexie. We onderschrijven de mening van mevrouw Bosman, dat zwakke lezers gebaat zijn bij extra oefening. Om scholen te ondersteunen bij de begeleiding van deze groep leerlingen heeft Opdidakt, in samenwerking met Lexima, Bouw! geïntroduceerd. Dit is een online programma, waarmee leesproblemen bij risicoleerlingen voorkomen kunnen worden.