psychologische begeleiding – EMDR

Door Malou Thönissen (GZ-psycholoog)

Het is net toveren

Sem is 9 jaar en slaapt al zo’n 5 jaar niet meer in zijn eigen bed. Hij is bang. Dit begon al toen hij een peuter was. Waar andere kinderen plezier beleven aan tekenfilmfiguren en clowntjes, werd Sem juist bang. Hij vond het eng en kroop ervoor weg. Later werd hij per toeval geconfronteerd met een afbeelding van een horrorclown. Toen begon de ellende pas echt. Sem durft vanaf dat moment niet meer alleen te zijn, slaapt niet meer in zijn eigen bed en wil continu weten waar zijn ouders zijn. Niet alleen voor Sem, ook voor zijn ouders is dit een hele beproeving.

Sem wordt aangemeld bij Opdidakt in verband met zijn angstklachten. In overleg wordt besloten om EMDR in te zetten. EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing) is een beproefde methode om personen die last hebben van een traumatische ervaring van hun klachten af te helpen. Voorheen werd EMDR enkel ingezet in geval van een klassiek trauma. Inmiddels is duidelijk dat de methode breder inzetbaar is. Angsten, fobieën, verlieservaringen en zelfbeeldproblemen kunnen allemaal aanleiding zijn om EMDR in te zetten. Voorwaarde is dat er een ‘schokkende’ gebeurtenis heeft plaatsgevonden en dat de verwerking onvoldoende op gang is gekomen. In sommige gevallen heeft de schokkende gebeurtenis niet werkelijk plaatsgevonden, maar wordt deze intens gevreesd. Ook dan kan EMDR de aangewezen behandelmethode zijn.

Tijdens de EMDR behandeling wordt de cliënt gevraagd zich te concentreren op het plaatje dat het naarste is om aan terug te denken of dat het meest wordt gevreesd. Tegelijkertijd wordt de cliënt aan een afleidende stimulus blootgesteld. In veel gevallen zijn dit vingerbewegingen die met de ogen gevolgd moeten worden. Hierdoor wordt het werkgeheugen niet alleen met de schokkende ervaring, maar ook met de afleidende stimulus belast. Doordat het werkgeheugen te beperkt is voor deze dubbele belasting, verliest de schokkende ervaring zijn emotionele lading. Hier is geen ruimte meer voor. Het nare plaatje is neutraal geworden.

Sem kan zich een levendige voorstelling maken van de horrorclown en beschrijft tot in detail hoe zijn ‘naarste plaatje’ eruitziet. De spanning is van zijn gezicht te lezen. Sem wordt aangemoedigd om de vingerbewegingen van de therapeut zo snel als kan te volgen terwijl hij aan het plaatje denkt. Na enige tijd begint zijn lijf zich te ontspannen. Aan het eind van de EMDR-sessie is Sem tot zijn eigen verbazing niet meer bang: “het is net toveren!”. Sem slaapt die avond voor het eerst in vijf jaar tijd in zijn eigen bed.